Over "van alles en nog wat en een beetje"
donderdag 29 oktober 2020

Uitbreken

uitbrekenIn het kader van mijn cursus 'Essay schrijven' dit drie-soorten-essay geschreven. Quote van de docent: "Het was opvallend dat in je laatste essay ineens de schrijver opdook die zijn stem krachtig laat klinken. Dat was een cadeau. Je bewees dat je vaardig bent met schrijven, dat je een heel persoonlijk verhaal vertelt, dat je het uiterste van jezelf vraagt als het om de betekenis van woorden gaat en dat je soms ook lichtvoetig, zelfs nonchalant kunt zijn."

Ontsnappen uit een gevangenis wil elke gedetineerde, is mijn indruk. Opgesloten zitten in een beperkte ruimte met tralies voor het kleine raam, is geen pretje. In de buitenwereld wordt wel gezegd dat de gevangenis een luxe hotel is waar de criminelen geen klagen hebben, maar het lijkt mij dat opgesloten zitten toch best een straf is. Als ik nadenk over gevangenissen komen er drie soorten in beeld: de koepelgevangenis, de Bijlmerbajes en de eigen gevangenis. Uit welke gevangenis zou het het meest moeilijk zijn om te ontsnappen?

In Nederland zijn einde negentiende eeuw drie koepelgevangenissen gebouwd. Ze zijn dus al meer dan een eeuw oud. Ik vraag me af of dat invloed heeft op de ontsnappingskans. Zijn er bijvoorbeeld zwakke plekken in de muren waar je met enig gemak een gat in kan schrapen? Als ik films moet geloven is het losmaken van bakstenen uit de muur een van de populairste ontsnappingsmethoden. De cellen in de koepelgevangenis zijn allemaal gecentreerd om een rond 'plein'. De gedachte hierachter was dat de bewakers een goed overzicht hadden vanaf dat 'plein' en alle cellen in de gaten konden houden. Maar de achterwanden van de cellen zitten tegen de buitenmuur en dat biedt vast kans op het loswrikken van stenen. Eenmaal een gat naar buiten, laat je je uit de koepel glijden, je vrijheid tegemoet.

De Bijlmerbajes is van recentere datum. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw is deze gevangenis in gebruik genomen. Een verzameling hoekige gebouwen, strakke lijnen, veel beton, maar geen tralies voor de ramen. Dat biedt misschien een uitweg? Knoop een aantal lakens aan elkaar en verdwijn via het gat dat je in het raam maakt. De vraag is: hoe kom je aan lakens? In de koepelgevangenis is dat geen probleem. Er zijn in die ruim honderd jaar ongetwijfeld ingezetenen overleden, wellicht vermoord. De kans dat het spookt onder de koepel is niet geheel uit te sluiten. Weet je genoeg spoken te vangen dan kun je hun lakens afpakken en gebruiken. Misschien is de Bijlmerbajes nog te jong voor spoken en is het noodzakelijk een andere uitweg te vinden. Lakens stelen uit de wasserij, of jezelf in een container vuile lakens verstoppen in de hoop dat je buiten ongezien wegkomt. Als je jaren vastzit, heb je in elk geval genoeg tijd om te filosoferen over ontsnappingsroutes, te zoeken naar gaten in het beton of je gedraagt je netjes om zo vervroegd vrij te komen. Dat laatste is waarschijnlijk de slimste methode.

Maar wat nou als je vastzit in je eigen gevangenis? Hoe ontsnap je daaruit? De eigen gevangenis wordt gekozen door het zelf. Opgegroeid met strakke normen en waarden, vaste patronen, vormt het zelf een ideale woonplaats voor de hokjesgeest. Ik ben zelf een goed voorbeeld. Ik heb geleerd om altijd braaf de regels te volgen. Vertel mij dat een vijf-alinea-essay uit vijf alinea's moet bestaan, dan kan ik daar onmogelijk van afwijken. Een essay met drie alinea's past niet in mijn hokje met 'vijf-alinea-essays' en zes alinea's past net zo min. Als ik geleerd heb dat essays altijd wetenschappelijk, literair en dus zwaarmoedig moeten zijn, dan zegt mijn hokjesgeest dat ik ongeschikt ben voor dit schrijfgenre. Ik heb immers niet het noodzakelijke universitaire niveau.

Alles wat het zelf tegenkomt wordt gewikt en gewogen om vervolgens geplaatst te worden in een hokje. Afgebakend, precies omschreven, zijn er rijen en rijen afsluitbare vakken in het brein. Het plaatsen in hokjes geeft duidelijkheid, zekerheid, vertrouwen. Het is makkelijk, maar tegelijkertijd betekent het opgesloten zijn. Vastgebonden aan de vast omschreven 'waarheden' zonder de mogelijkheid dit los te laten en simpelweg te genieten van een vijf-alinea-essay dat bestaat uit drie alinea's. Buiten de vastgelegde ruimtes is er twijfel, onzekerheid, zoeken. Past iets niet in een hokje dan slaat de wanhoop toe. De hokjesgeest is het niet machtig om buiten de kaders te gaan, out of the box te denken. De vrijheid buiten de eigen gevangenis voelt als een bedreiging. Eruit ontsnappen is geen optie die bij de hokjesgeest naar boven komt. Misschien omdat hij geen spook is maar een geest en daardoor niet beschikt over een laken. Laat staan dat hij meerdere lakens aan elkaar kan knopen om te gebruiken als glijbaan de hokjes uit. Er is een vak waar 'verstoppen/onderduiken' op staat. Daar past een laken in omdat het een uitstekende schuilplaats biedt wanneer je eronder wegkruipt. Aan elkaar knopen en gebruiken om te ontsnappen, is een heel ander verhaal.

Maar wat nou als het zelf, de mens achter de hokjesgeest zich bewust wordt van zijn gevangenschap? Dan wordt het knokken, worstelen, zoeken, proberen, vallen en opstaan om ooit los te breken en de vrijheid zonder hokjes te ervaren. Ik denk dat het uitbreken uit een koepelgevangenis of de Bijlmerbajes een stuk eenvoudiger is.

 

Laat een antwoord achter