Over "van alles en nog wat en een beetje"
vrijdag 14 augustus 2020

Controleren en redigeren

In een vorig artikel heb ik beschreven hoe ik lege vellen vul. Nu ga ik dieper in op hoe ik volle vellen behandel voor ze online gaan. Ooit zei iemand ‘ik schrijf en lees het zelf nooit meer’. Toen begreep ik waarom ik die stukken niet leesbaar vind. Het is maar weinigen gegeven om in één keer een goede tekst neer te zetten. Als er al zulke schrijvers bestaan. Met een braindump zonder redigeren bereik je niemand. Regels, methodes zijn er zeker niet voor niets. Ook voor mij zijn methodes en regels nuttig. Maar vaak pas nadat ik intuïtief een stuk geschreven heb. Er is niets mis met eerst gewoon te schrijven wat er in je opkomt. Of het over een heel vastomlijnd onderwerp gaat of niet. Is dat jouw stijl dan is dat prima. Maak vervolgens niet de fout om dergelijke artikelen rücksichtslos te publiceren op bijvoorbeeld je website. Je komt daar alleen mee weg als het gaat om een hobbywebsite waarmee je alleen familie en vrienden wilt bereiken. Richt je op een zakelijke doelgroep dan zijn niet geredigeerde stukken bijna dodelijk.

Zelf controleren

Ben ik globaal tevreden over mijn artikel, dan doe ik eerst zelf een aanpassingsslag. In ieder geval gaat de spelling- en grammaticacontrole er overheen. Maar daarmee wordt lang niet alles ontdekt. Rustig overlezen en vooral letten op de d’s en de t’s. Ik leg het weg en een dag later lees ik het nog een keer over. Nu let ik ook op plaatsing van komma’s en punten, veel herhalende woorden, overmatig gebruik van de werkwoorden kunnen en zullen, onleesbare zinsconstructies, de cadans van het verhaal, et cetera. Door afstand te nemen, krijg ik een frisse blik. Dat is nodig om de fouten eruit te halen. Regelmatig lees ik mijn eigen artikelen een keer hardop. Zijn er zinnen waar ik over struikel, dan gaat een lezer daar zeker moeite mee hebben. Veranderen is het devies.

Redigeren door een ander

Als ik voor mijn gevoel klaar ben, wordt het tijd om het product van mijn schrijfwoede voor te leggen aan iemand anders. In mijn geval is dat altijd eerst mijn webkoppelpartner Henk. Hij leest en ontdekt toch nog die laatste onvolkomenheid. En hij geeft zijn mening over de leesbaarheid en de toegevoegde waarde van het verhaal. Is die mening voldoende positief, dan publiceer ik het online. Zo niet, dan is het terug naar de schrijftafel en soms zelfs het hele idee weggooien en met iets anders beginnen. Het online plaatsen gaat met een kritisch oog, want de lay-out kan de mening van de lezer maken en breken. Slordige uitlijning van bijvoorbeeld opsommingen, geven een onrustig beeld en schaden de leesbaarheid. Het zijn de laatste puntjes op de bekende i. Daarna is het tijd om mijn stuk over te laten aan de lezers.

Laat een antwoord achter