Over "van alles en nog wat en een beetje"
dinsdag 1 december 2020

Een leeg vel

Het moment is daar. Ik moet nú een artikel schrijven. De opdracht is: ‘schrijf een eerste artikel voor webkoppelblog en beschrijf daarin hoe je schrijft.’ De zelf opgelegde deadline nadert met rasse schreden. En daar zit ik dan. Starend naar een leeg vel van het tekstverwerkingsprogramma. Waar zijn nu al die ideeën gebleven? Nog maar een paar uur geleden stroomde mijn hoofd over en in gedachten is het blog zo geschreven. De realiteit is anders.

Iedereen kan schrijven?

Er zijn vele manieren van schrijven. Vele methodes, vele hints, vele tips en wat je maar wilt. Allemaal te vinden op het oneindige internet. Allemaal even handig en allemaal belooft het dat schrijven simpel is. Iedereen kan het! Iedereen wil het, denk ik dan, maar kunnen? Iedereen heeft geleerd om de pen te hanteren en woorden op te schrijven. De een is beter in spelling dan de ander. Maar goed kunnen spellen is niet gelijk aan goed kunnen schrijven. Het aanleren van schrijfmethodes is ook geen garantie op een goed stuk. Schrijven is meer dan woorden neerpennen op een leeg vel. Schrijven is ook meer dan het dumpen van je ideeën, gevoelens, kennis et cetera. Af en toe weet ik van mezelf niet of ik wel kan schrijven. Dit is zo’n moment. Ik vind schrijven leuk om te doen, maar vinden mijn lezers mijn teksten ook leuk om te lezen? Als je gaat publiceren komt er een moment dat je die vraag aan jezelf stelt. Wordt er een boek van je uitgegeven dan is het meetbaar aan het aantal verkochte boeken en aan eventuele recensies. Schrijf je alleen online stukken dan kan je meten met behulp van allerlei tools. Je weet dan niet wat men van je stukken vindt, maar het aantal keer dat een tekst gelezen is, zegt wel iets. En natuurlijk is er de mogelijkheid om reacties te laten geven. Als die ook daadwerkelijk komen, kan je daar veel van leren.

Gestructureerd of niet?

Nu de deadline nadert en het onderwerp is niet vastomlijnd, zoals met een specifieke ervaring of gebeurtenis, vind ik het behoorlijk moeilijk iets op papier te krijgen. Door mijn hoofd gaan allerlei trucjes, handigheidjes waarmee je gestructureerd een artikel opzet. Stel je onderwerp vast. Stel je doelgroep vast. Schrijf in steekwoorden alles wat je over je onderwerp weet. Schrijf zonder te letten op type- en spelfouten. Schrijf tot je alles hebt neergezet, leg het weg en ga later redigeren. Het is allemaal waar. Het is allemaal nuttig voor een goede aanpak. Maar de bottomline is dat ik geen methodische schrijver ben. Er komt geen leesbaar stuk meer op papier als ik bewust ga nadenken. Hoe doorbreek ik dat? Bijvoorbeeld door eerst afstand te nemen. Iets heel anders te doen dan schrijven. Of te gaan praten over wat ik wil schrijven. Praten structureert in feite ook. En als het allemaal niet helpt? Dan kies ik de drastische methode van het dumpen van mijn gedachten. Letterlijk typ ik in wat er in mijn hoofd omgaat. Dit levert geen leesbaar stuk op, maar wel een goed begin. En dat leg ik weg om weer afstand te nemen.

Deletetoets

‘Schrijven is schrappen’ zo luidt een uitdrukking. En schrappen ga ik doen. Alle letterlijke gedachtes gaan uit het stuk of worden omgevormd tot een goede zin. Langzaam krijgt mijn verhaal vorm. Soms duurt dat best lang en worstel ik nog een tijd met wat ik nou precies wil delen. Dit artikel ontstaat ook uit een worsteling. En door die worsteling om te zetten in woorden krijgt mijn opdracht de gewenste inhoud. Want hoe schrijf ik? Intuïtief en zeker niet methodisch. En hoe wordt het een leesbaar stuk? Door alsnog impliciet methodes toe te passen en vooral door altijd te laten reviewen! Een mens moet wat.

Laat een antwoord achter